Betekenis van:
administratie

administratie (de ~ | meervoud administraties)
Zelfstandig naamwoord
  • gebouw of lokaal waar de administratie gevoerd wordt
"Loop maar even mee naar de administratie."

Hyperoniemen

administratie (de ~ | meervoud administraties)
Zelfstandig naamwoord
  • afdeling belast met beheer van stukken
"op de administratie [werken]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

administratie (de ~ | meervoud administraties)
Zelfstandig naamwoord
  • beheer van officiële stukken
"de raad van administratie"
"de administratie bijhouden/doen"

Hyperoniemen

administratie (de ~ | meervoud administraties)
Zelfstandig naamwoord
  • stukken die tot een bepaald beheer horen
"Bij de inval werd de administratie van het bedrijf in beslag genomen"

Hyperoniemen

administratie
Zelfstandig naamwoord
  • de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
"Zijn inschrijving kon niet worden teruggevonden in de administratie."
administratie
Zelfstandig naamwoord
  • beherend orgaan van een instantie
"Tarieven zijn op te vragen bij de administratie."
administratie
Zelfstandig naamwoord
  • beheer of bestuur
administratie
Zelfstandig naamwoord
  • het staatshoofd en de gezamenlijke ministers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

administratie
Zelfstandig naamwoord
  • dienst ingesteld door de overheid

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen