Betekenis van:
plaats

plaats (de ~ | meervoud plaatsen)
Zelfstandig naamwoord
  • positie in rangorde
"in/op de [eerste] plaats"
"op de [eerste] plaats eindigen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

plaats
Zelfstandig naamwoord
  • passage in boek
"De plaatsen in het boek waar hij vernoemt wordt"

Hyperoniemen

Hyponiemen

plaats (de ~ | meervoud plaatsen)
Zelfstandig naamwoord
  • stad, dorp
"Op vakantie komen we door leuke kleine plaatsjes."
"De meeste plaatsen langs de A2 hebben last van geluidsoverlast."

Hyperoniemen

Hyponiemen

plaats
Zelfstandig naamwoord
  • een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
"De plaats van het ongeval bleef wekenlang afgespannen met politielint."
plaats
Zelfstandig naamwoord
  • een plein
"Ik ontmoette hem op de meest centrale plaats van het dorp."
plaats
Zelfstandig naamwoord
  • een dorp of stad (woonplaats)
"De plaats waar hij vandaan kwam, bleef lange tijd een vraagteken voor zijn klasgenoten."
plaats
Zelfstandig naamwoord
  • een kleine ruimte achter een huis
"Op het plaatsje kwam helemaal geen zon."

Werkwoord