Betekenis van:
meesterschap

meesterschap
Zelfstandig naamwoord
  • een vakmanschap
"Dit beroep is een meesterschap."
meesterschap (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • beheersing v.h. vak; zeer goede beheersing v.h. vak
"vakmanschap is meesterschap"

Synoniemen

Hyperoniemen

meesterschap
Zelfstandig naamwoord
  • het meester zijn