Betekenis van:
aanzetten

aanzetten
Werkwoord
  • vastmaken aan iets
"knopen aanzetten"
"knopen aan een jas zetten"

Hyperoniemen

aanzetten
Werkwoord
  • dik maken
"pinda's zetten erg aan"

Hyperoniemen

aanzetten
Werkwoord
  • stimuleren, aanmoedigen; tot grotere inspanning aanzetten; sommeren; aansporen; aanzetten; bewegen tot; ertoe brengen; aansporen tot iets; onder druk zetten; aansporen
"aanzetten tot"
"iemand ergens toe aanzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanzetten
Werkwoord
  • aandoen; in werking stellen
"de wasmachine aanzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanzetten
Werkwoord
  • door wrijven of snijden scherp maken
"een mes aanzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanzetten
Werkwoord
  • nadrukkelijk naar voren brengen
"lippen aanzetten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanzetten
Werkwoord
  • scherpen
aanzetten
Werkwoord
  • accentueren
aanzetten
Werkwoord
  • een korst afzetten
aanzetten
Werkwoord
  • aansporen, op gang zetten
aanzetten
Werkwoord
  • licht aanbranden

Hyperoniemen

aanzetten
Werkwoord
  • vastmaken
aanzetten
Werkwoord
  • op een kier zetten
aanzetten
Werkwoord
  • tegen iets plaatsen
aanzetten
Werkwoord
  • komen
aanzet (de ~ | meervoud aanzetten)
Zelfstandig naamwoord
  • handeling waardoor men een begin met iets maakt
"een aanzet tot [iets]"
"een aanzet geven"

Hyperoniemen

Hyponiemen