Betekenis van:
installatie

installatie (de ~ | meervoud installaties)
Zelfstandig naamwoord
  • officiële indiensttreding
"de installatie van een dominee"

Hyperoniemen

Hyponiemen

installatie (de ~ | meervoud installaties)
Zelfstandig naamwoord
  • deze toestellen zelf
"de installatie aanzetten"
"de installatie uitzetten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

installatie
Zelfstandig naamwoord
  • een min of meer plechtige en officiële inwijding in een bepaald ambt
"De installatie van de federale magistraten geschiedt voor de federale procureur."
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • het opzetten van een nieuw software-pakket op een computer
"Er is iets misgelopen met de installatie van Windows Vista."
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van opgestelde toestellen
"Hij vergat zijn stereoinstallatie mee te nemen."
installatie (de ~ | meervoud installaties)
Zelfstandig naamwoord
  • voortbrengsel van de beeldende kunsten
"installaties maken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

installatie (de ~ | meervoud installaties)
Zelfstandig naamwoord
  • het monteren
"de installatie van de computer"

Synoniemen

Hyperoniemen

installatie
Zelfstandig naamwoord
  • zich ergens vestigen; het stichten

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

installatie
Zelfstandig naamwoord
  • de actie van het installeren
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • eerste bijeenkomst van een besturend orgaan
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • het opzetten of monteren van een apparaat
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • het resultaat van installeren
installatie
Zelfstandig naamwoord
  • installatie voor geluidsweergave; verzameling geluidsapparatuur; geluidsinstallatie; geluidsinstallatie

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen