Betekenis van:
bevestiging

bevestiging (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het vastmaken
"een bevestiging aan .."

Hyperoniemen

Hyponiemen

bevestiging (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het bevestigen of beamen van iets.
"ter bevestiging van"
"bevestiging vinden in iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

bevestiging (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het inhuldigen
"de bevestiging in een ambt"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bevestiging
Zelfstandig naamwoord
  • bevestiging, staving; officiële erkenning v.e. diploma; staving

Synoniemen

Hyperoniemen

bevestiging
Zelfstandig naamwoord
  • het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
bevestiging
Zelfstandig naamwoord
  • het bevestigd zijn, het vastzitten aan iets anders
bevestiging
Zelfstandig naamwoord
  • datgene waarmee of waardoor twee of meer dingen aan elkaar vastzitten

Voorbeeldzinnen

  1. Bevestiging
  2. positieve bevestiging: zend ACK
  3. Bericht „Bevestiging van ontvangst”
  4. datum van bevestiging;
  5. Bevestiging op stuurnaaf ontbreekt.
  6. Datum van bevestiging
  7. Markering en bevestiging
  8. bevestiging (zie punt 6.6.3)
  9. Bevestiging van de bestuurderszitplaats
  10. Bevestiging van de stuurinrichting
  11. Bevestiging van het reservewiel
  12. Bevestiging van geleverde wagon.
  13. Bevestiging van de cilinders
  14. Bevestiging van debitering
  15. Bevestiging door de vlaggenstaat