Betekenis van:
verbinding

verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • uit meer dan één element samengestelde stof
"keukenzout is een verbinding van natrium en chloor"
"een scheikundige verbinding"

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • syntactische combinatie
"een vaste verbinding"
"een bijwoordelijke verbinding"

Hyperoniemen

verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • verzorging van wonden
"de verbinding van de gewonden nam enige tijd in beslag"

Hyperoniemen

verbinding
Zelfstandig naamwoord
  • (''communicatie'') een mogelijkheid een bepaalde plek te bereiken
"Hij hing de telefoon op toen de verbinding verbroken werd."
verbinding
Zelfstandig naamwoord
  • (''vervoer'') aansluiting op een ander vervoermiddel of lijn
"Die buslijn is maar een slechte verbinding."
verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • het verbinden; het verbinden
"de verbinding van [twee onderdelen]"
"de verbinding van woorden tot zinnen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • (al dan niet tastbare) verbinding; verkeersmogelijkheid
"de verbindingen met het nieuwe station zijn nog niet zo best"
"een verbinding met [Ameland]"

Synoniemen

Hyperoniemen

verbinding (de ~ | meervoud verbindingen)
Zelfstandig naamwoord
  • koppeling; verbinding

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbinding
Zelfstandig naamwoord
  • (''algemeen'') iets verbinden of samenvoegen; iets dat twee of meer afzonderlijke delen verbindt
verbinding
Zelfstandig naamwoord
  • een chemische stof die bestaat uit twee of meer scheikundig elementen, het gaat hierbij om een stof met andere eigenschappen dan de elementen waar het uit is samengesteld