Betekenis van:
vestiging

vestiging (de ~ | meervoud vestigingen)
Zelfstandig naamwoord
  • vestiging, bewoonde plaats
"een prehistorische vestiging"

Synoniemen

Hyperoniemen

vestiging (de ~ | meervoud vestigingen)
Zelfstandig naamwoord
  • zich ergens vestigen; het stichten
"de vestiging van een leerstoel"
"de vestiging van [iets]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Vestiging van een winkelketen
  2. Gemeenschappelijke bepalingen inzake vestiging
  3. VRIJHEID VAN VESTIGING
  4. De stad van vestiging.
  5. Vrijheid van vestiging
  6. het recht van vestiging,
  7. Plaats van vestiging
  8. Recht van vestiging, vennootschapswetgeving
  9. Diensten en recht van vestiging
  10. Andere vestiging:40 Satari Ave.
  11. de vestiging van jonge landbouwers,
  12. Oprichting van een nieuwe vestiging
  13. recht van vestiging en investeringskwesties;
  14. VRIJHEID VAN VESTIGING VAN DIENSTVERRICHTERS
  15. Vennootschapsrecht en recht van vestiging.”