Betekenis van:
kern

kern (de ~ | meervoud kernen)
Zelfstandig naamwoord
  • binnenste; centrum
"daar zit een kern van waarheid in"
"de generatieve kern"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kern (de ~ | meervoud kernen)
Zelfstandig naamwoord
  • het voornaamste deel van een geheel
"de kern van de zaak"
"tot de kern van de zaak doordringen"

Synoniemen

Hyperoniemen

kern
Zelfstandig naamwoord
  • het meest belangrijke
"De kern van het verhaal was dat er bezuinigd moest worden."
kern
Zelfstandig naamwoord
  • het binnenste of midden
"In de kern van een pruim zit een pit."
kern (meervoud kernen)
Zelfstandig naamwoord
  • vestiging, bewoonde plaats
"In de Peel liggen drie kernen."
"fusie tussen de verschillende kernen"

Synoniemen

Hyperoniemen

kern (de ~ | meervoud kernen)
Zelfstandig naamwoord
  • deeltje in een atoom; kern v.e. atoom

Synoniemen

Hyperoniemen

kern
Zelfstandig naamwoord
  • het uit protonen en neutronen bestaande inwendige van een atoom
kern
Zelfstandig naamwoord
  • het centrale deel van een elektromagneet
kern
Zelfstandig naamwoord
  • kern v.d. cel; centraal lichaampje in een cel van waaruit de deling begint; kern

Synoniemen

Hyperoniemen