Betekenis van:
hart

hart (het ~ | meervoud harten)
Zelfstandig naamwoord
  • meest belangrijke orgaan in het lichaam; hart
"met de hand op het hart"
"vol verwachting klopt ons hart"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hart (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • binnenste; centrum
"hartje zomer/winter"
"hartje Amsterdam"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hart
Zelfstandig naamwoord
  • vlees afkomstig van de hartspier van slachtvee

Hyperoniemen

hart
Zelfstandig naamwoord
  • holle spier die door geregeld samen te trekken bloed door het lichaam pompt
hart (het ~ | meervoud harten)
Bijvoeglijk naamwoord
  • figuur v.e. hart
"een kaart met een hart"
"een hart met een pijl erdoor"

Hyperoniemen