Betekenis van:
stereo

stereo
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet mono
"een stereo cd-speler"
"(in) stereo uitzenden"

Hyperoniemen

stereo
Zelfstandig naamwoord
  • installatie voor geluidsweergave; verzameling geluidsapparatuur; geluidsinstallatie; geluidsinstallatie

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. Stereo- of microdissectiemicroscopen
  2. Eenheden voor het opnemen en het weergeven van geluid, voor het opnemen van stereo-audiogegevens en voor het simultaan opnemen en weergeven, bevattende 2 of 3 monolithische geïntegreerde schakelingen aangebracht op een gedrukte schakeling of op een geleidend kader (zogenaamde „lead frame”), geborgen in een omhulling
  3. Eenheden voor het opnemen en het weergeven van geluid, voor het opnemen van stereo-audiogegevens en voor het simultaan opnemen en weergeven, bevattende 2 of 3 monolithische geïntegreerde schakelingen aangebracht op een gedrukte schakeling of op een geleidend kader (zogenaamde „lead frame”), geborgen in een omhulling
  4. Mengsel van de stereo-isomeren (S)-α-cyaan-3-fenoxybenzyl- (1RS,3RS;1RS,3SR)-3-(2,2-dichloorvinyl)-2,2 dimethylcyclopropaan-carboxylaat waarbij de verhouding tussen het isomerenpaar (S);(1RS,3RS) en het isomerenpaar (S);(1RS,3SR) in het bereik 45-55 respectievelijk 55-45 ligt