Betekenis van:
installeren

installeren
Werkwoord
  • van apparaten e.d.
"een koelkast installeren"

Hyperoniemen

installeren
Werkwoord
  • (iem. in een ambt of een waardigheid) plechtig bevestigen
"iemand installeren als burgemeester"

Hyperoniemen

Hyponiemen

installeren
Werkwoord
  • (iem.) ergens vestigen en geheel inrichten
"zich in zijn nieuwe huis installeren"

Hyperoniemen

installeren
Werkwoord
  • een computerprogramma op de computer zetten en voor gebruik gereedmaken
"Hij wist niet hoe hij Adobe Photoshop moest installeren."
installeren
Werkwoord
  • iets of iemand zodanig doen zetelen dat dit of deze zijn functie kan gaan vervullen