Betekenis van:
installeren

installeren
Werkwoord
  • van apparaten e.d.
"een koelkast installeren"

Hyperoniemen

installeren
Werkwoord
  • (iem. in een ambt of een waardigheid) plechtig bevestigen
"iemand installeren als burgemeester"

Hyperoniemen

Hyponiemen

installeren
Werkwoord
  • (iem.) ergens vestigen en geheel inrichten
"zich in zijn nieuwe huis installeren"

Hyperoniemen

installeren
Werkwoord
  • een computerprogramma op de computer zetten en voor gebruik gereedmaken
"Hij wist niet hoe hij Adobe Photoshop moest installeren."
installeren
Werkwoord
  • iets of iemand zodanig doen zetelen dat dit of deze zijn functie kan gaan vervullen

Voorbeeldzinnen

  1. Installeren van telecommunicatie-uitrusting
  2. Installeren van kleedkamers
  3. Installeren van jaloezieën
  4. Installeren van antennes
  5. Installeren van signalisatie-uitrusting
  6. Installeren van CO2-blusapparatuur
  7. Installeren van havenverlichtingsuitrusting
  8. Installeren van sanitair
  9. Installeren van brandblusapparaten
  10. Installeren van verlichte verkeersborden
  11. Installeren van brandalarmsystemen
  12. Installeren van verkeersbewakingsuitrusting
  13. Installeren van gedeeltelijke airconditioning
  14. Installeren van boilers
  15. Installeren van luiken