Betekenis van:
inschakelen

inschakelen
Werkwoord
  • aandoen; in werking stellen
"je computer inschakelen"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Inschakelen
  2. Inschakelen en balanceren
  3. Inschakelen van het immobilisatiesysteem
  4. Inschakelen van het immobilisatiesysteem
  5. Andere toestellen voor het inschakelen, enz: spanning > 1000 V
  6. Twee of meer lidstaten mogen een gemeenschappelijke opslaginstantie inschakelen.
  7. Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
  8. Bij draaiende motor moet het al dan niet opzettelijk inschakelen van het alarmsysteem onmogelijk zijn.
  9. Het ontgrendelen van de deuren moet het inschakelen van de tractie beletten.
  10. Als de voorziening voor het inschakelen van het AS binnen de beveiligde ruimte is gemonteerd, is een uitstapvertraging van ten minste 15 en ten hoogste 45 seconden vanaf het moment van inschakelen verplicht.
  11. Het lichtsignaal moet binnen een seconde na het inschakelen functioneren en binnen anderhalve seconde voor het eerst doven.
  12. Gereedheidscodes mogen nooit in de „niet gereed”-stand worden gezet bij het inschakelen („key-on”) of uitschakelen („key-off”).
  13. Voor het inschakelen van het AS is elk geschikt middel toegestaan, mits het geen onopzettelijk vals alarm veroorzaakt.
  14. Toestellen voor het inschakelen, uitschakelen, omschakelen, aansluiten of verdelen van of voor het beveiligen tegen elektrische stroom
  15. Voor het inschakelen van het VAS is elk geschikt middel toegestaan, mits het geen onopzettelijk vals alarm veroorzaakt.