Betekenis van:
aansporen

aansporen
Werkwoord
  • stimuleren, aanmoedigen; tot grotere inspanning aanzetten; sommeren; aansporen; aanzetten; bewegen tot; ertoe brengen; aansporen tot iets; onder druk zetten; aansporen
"hij spoorde mij aan om harder te lopen"
"aansporen tot"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aansporen
Werkwoord
  • aanzetten tot een bepaalde actie
"Zij werden aangespoord door de menigte om niet op te geven."

Voorbeeldzinnen

  1. de verdragsluitende staten aansporen om CBM-verslagen in te dienen;
  2. aansporen tot gedrag dat in hoge mate schadelijk is voor het milieu;
  3. de relevante autoriteiten van BiH door middel van dialoog aansporen tot volledige samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië;
  4. nationale IMI-coördinatoren ertoe aansporen contact te leggen met hun nationale autoriteiten voor gegevensbescherming zodat deze sturing en bijstand kunnen bieden voor de beste wijze van tenuitvoerlegging van deze richtsnoeren krachtens nationale wetgeving;
  5. Hiermee wil men de oprichting en tenuitvoerlegging van zelf- en co-regulerende initiatieven aanmoedigen en de belanghebbenden aansporen om rekening te houden met de veiligheid van het kind wanneer nieuwe technologieën en diensten worden ontwikkeld.