Betekenis van:
manen

manen (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd- en nekharen v.e. paard of leeuw
"wapperende manen"

Hyperoniemen

manen
Zelfstandig naamwoord
  • de ruige beharing op de nek van een leeuw of van een paard
manen
Werkwoord
  • gebieden iets te doen
"De moeder maande haar kinderen de troep op te ruimen."
manen
Werkwoord
  • stimuleren, aanmoedigen; tot grotere inspanning aanzetten; sommeren; aansporen; aanzetten; bewegen tot; ertoe brengen; aansporen tot iets; onder druk zetten; aansporen
"een ambtenaar tot spoed manen"
"relschoppers tot kalmte manen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord