Betekenis van:
afstellen

afstellen
Werkwoord
  • plannen niet door laten gaan
"een reis afstellen"

Hyperoniemen

afstellen
Werkwoord
  • regelbare parameters zo kiezen dat een toestel voor een bepaald doel gereed is
"We hebben de verwarming op 21 graden afgesteld."
afstellen
Werkwoord
  • van apparaten; instrument etc. afstellen; goed instellen
"zaken op elkaar afstellen"
"een motor afstellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen


Voorbeeldzinnen

  1. In dat geval laat de fabrikant de motoren inlopen. Hij verbindt zich ertoe, die motoren niet meer te zullen afstellen.
  2. De bandenspanning moet de door de fabrikant opgegeven spanning zijn, die trouwens ook bij de inleidende wegtest voor het afstellen van de rem is gebruikt.
  3. De in punt 2.5 beschreven procedure wordt ten minste zes maal herhaald om het uitlaatsysteem te reinigen en eventueel de apparatuur te kunnen afstellen.
  4. Elke machine moet, daar waar dat nodig is voor de veiligheid en gezondheid van personen, zijn uitgerust met signalisatie en/of met bordjes met aanwijzingen omtrent het gebruik, het afstellen en het onderhoud.
  5. Er mogen eventueel voorbereidende testcycli worden uitgevoerd om te bepalen met welke methode gas- en rempedaal het best kunnen worden bediend zodat een cyclus kan worden uitgevoerd die de theoretische cyclus tot binnen de voorgeschreven grenzen benadert, of om het bemonsteringssysteem te kunnen afstellen.