Betekenis van:
stemming

stemming
Werkwoord
  • het op de juiste toon brengen van een instrument
"een vast tarief per stemming"

Synoniemen

Hyperoniemen

stemming
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop een muziekinstrument is gestemd
"de stemming horen"
"de stemming blijft 'staan'"

Hyperoniemen

stemming (de ~ | meervoud stemmingen)
Zelfstandig naamwoord
  • het stemmen
"een voorstel in stemming brengen"
"een stemming houden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stemming
Zelfstandig naamwoord
  • een mentale of emotionele toestand
"De stemming van de vergadering sloeg om na de beschuldiging van de voorzitter."
stemming
Zelfstandig naamwoord
  • de hoogte van de standaardtoon en de onderlinge toonhoogteverhoudingen van een muziekinstrument of toonladder
"Deze blokfluit is gemaakt in de gelijkzwevende stemming ."
stemming (de ~ | meervoud stemmingen)
Zelfstandig naamwoord
  • stemming in een kring van personen
"er heerst een [vrolijke/bedrukte] stemming"
"de stemming erin brengen"

Synoniemen

Hyperoniemen

stemming
Zelfstandig naamwoord
  • stemming op de effectenbeurs

Hyperoniemen

stemming
Zelfstandig naamwoord
  • het uitbrengen van de stem, bijvoorbeeld bij verkiezingen
stemming
Zelfstandig naamwoord
  • de heersende mening over de toestand van de markt