Betekenis van:
toonhoogte

toonhoogte (de ~ | meervoud toonhoogten, toonhoogtes)
Zelfstandig naamwoord
  • hoogte van de tonen
"op dezelfde toonhoogte zitten"
"absolute/relatieve toonhoogte"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

toonhoogte
Zelfstandig naamwoord
  • de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
"Kinderen kunnen nog een toonhoogte van 20 kHz horen."
toonhoogte
Zelfstandig naamwoord
  • de relatieve afstand van een toon ten opzichte van een andere toon
"Let erop dat tijdens het zingen de toonhoogte niet lager wordt."