Betekenis van:
waarde

waarde (de ~ | meervoud waarden, waardes)
Zelfstandig naamwoord
  • waarde; mate van belangrijkheid; mate van belangrijkheid; belang; belang; waarde
"van nul en generlei waarde"
"waarde hechten aan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

waarde (de ~ | meervoud waarden, waardes)
Zelfstandig naamwoord
  • getal dat hoeveelheid aangeeft
"waarden meten"

Synoniemen

Hyperoniemen

waarde (de ~ | meervoud waarden, waardes)
Zelfstandig naamwoord
  • tijdsduur van een muzieknoot

Hyperoniemen

waarde
Zelfstandig naamwoord
  • iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: ''gezondheid'', ''vrijheid'', ''zekerheid'', ''geluk''
waarde
Zelfstandig naamwoord
  • de mogelijke opbrengst bij het op de markt brengen van een goed of dienst

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Het heeft waarde op zichzelf.
  2. Hij hecht altijd waarde aan de mening van zijn vrouw.
  3. Het woordenboek is van onschatbare waarde bij het leren van talen.
  4. Waarde
  5. Waarde:
  6. Waarde
  7. Waarde/opmerking
  8. Calorische waarde
  9. Gemiddelde waarde
  10. Toegevoegde waarde
  11. Gecombineerde waarde
  12. Normale waarde
  13. Gemeten waarde
  14. CO-waarde
  15. geraamde waarde,