Betekenis van:
span

span (het ~ | meervoud spannen)
Zelfstandig naamwoord
  • twee of meer trekdieren voor een wagen
"een span [paarden]"

Synoniemen

Hyperoniemen

span (het ~ | meervoud spannen)
Zelfstandig naamwoord
  • twee mensen die bij elkaar horen; twee mensen of dingen samen
"ze vormen een aardig span(netje)"

Synoniemen

Hyperoniemen

span
Zelfstandig naamwoord
  • oude lengtemaat, 2 dm, afstand tussen de toppen van duim en pink, als men die zo ver mogelijk uit elkaar houdt

Hyperoniemen

span
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van bij elkaar behorende zaken

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord