Betekenis van:
spannen

spannen
Werkwoord
  • door strak uitzetten vormen
"zich spannen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

spannen
Werkwoord
  • strak trekken
"een koord/draad spannen"
"dat spant de kroon"

Hyperoniemen

Hyponiemen

spannen
Werkwoord
  • onder trekkracht brengen
"Hij spande een paar waslijnen tussen zijn tentstokken."
spannen
Werkwoord
  • met sterke druk vasthouden, stevig drukken
"spannen om iets"

Synoniemen

Hyperoniemen

span (het ~ | meervoud spannen)
Zelfstandig naamwoord
  • twee mensen die bij elkaar horen; twee mensen of dingen samen
"ze vormen een aardig span(netje)"

Synoniemen

Hyperoniemen

span (het ~ | meervoud spannen)
Zelfstandig naamwoord
  • twee of meer trekdieren voor een wagen
"een span [paarden]"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord