Betekenis van:
vormen

vormen
Zelfstandig naamwoord
  • de vorm hebben van
"die straten vormen een kruis"

Hyperoniemen

vorm (de ~ | meervoud vormen)
Zelfstandig naamwoord
  • uiterlijke gedaante
"een vaste vorm"
"niet in vorm zijn"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vorm (de ~ | meervoud vormen)
Zelfstandig naamwoord
  • mal
"de taart zit nog in de vorm"
"iets in een andere vorm gieten"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vormen
Werkwoord
  • het vormsel toedienen
"De priester vormt jou op de twaalfde in de kerk door toedoening van een hostie en een zegening."

Hyperoniemen

vormen
Werkwoord
  • laten ontstaan; tot een geheel maken
"zich een beeld vormen"
"de menigte vormde een lange ketting door de stad"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vormen
Werkwoord
  • in de juiste vorm brengen
"Ik wil eerst rondkijken en mezelf een mening vormen."
vormen
Werkwoord
  • deel uitmaken van, fungeren als bouwsteen van
"Vanille-ijs en aardbeien vormden het toetje."
vormen
Werkwoord
  • maken, veroorzaken
"Extremisten vormen een ernstige bedreiging voor onze samenlevening."
vormen
Werkwoord
  • koppelwerkwoord; uitmaken; zijn
"iemands karakter vormen"

Synoniemen

Werkwoord