Betekenis van:
inplanten

inplanten
Werkwoord
  • inplanten; implanteren
"de chirurg heeft hem een nieuwe nier ingeplant"

Synoniemen

Hyperoniemen

inplanten
Werkwoord
  • neerzetten; in de bodem zetten
"helm inplanten"
"het bos wordt ingeplant met struiken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

inplanten
Werkwoord
  • een plaats geven

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen