Betekenis van:
vestigen

vestigen
Werkwoord
  • in een bepaalde richting laten gaan
"de aandacht vestigen op iets/iemand"
"je ogen vestigen op iets/iemand"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vestigen
Werkwoord
  • stichten, beginnen, oprichten
"Een kantoor vestigen."
vestigen
Werkwoord
  • richten.
"De aandacht vestigen."
vestigen
Werkwoord
  • ''zich ~ (van personen)'': er gaan wonen
"Zij vestigden zich bij de grootouders."
vestigen
Werkwoord
  • bewerken dat iets tot stand komt
"een nieuw record vestigen"
"een filiaal/bedrijf ergens vestigen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vestigen
Werkwoord
  • een plaats geven
"zich vestigen in [het noorden van het land]"
"de gevestigde orde"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen