Betekenis van:
sturen

sturen
Werkwoord
  • naar het roer of stuur luisteren, zich laten sturen
"slecht/goed sturen"

Hyperoniemen

sturen
Werkwoord
  • (een werktuig) bedienen
"een apparaat sturen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

sturen
Werkwoord
  • het stuur bedienen
"slecht/goed sturen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

sturen
Werkwoord
  • (een voer- of vaartuig) de gewenste richting doen volgen
"hij stuurde de auto naar links in plaats van naar rechts"

Synoniemen

Hyperoniemen

stuur (het ~ | meervoud sturen)
Zelfstandig naamwoord
  • inrichting waarmee men een voertuig stuurt
"de macht over het stuur verliezen"
"achter het stuur (zitten)"

Hyperoniemen

Werkwoord