Betekenis van:
vliegen

Werkwoord

vliegen
(personen of zaken) door de lucht vervoeren, per vliegtuig brengen
"vliegen van/naar [Amsterdam]"
"naar Australië vliegen"

Hyperoniemen

vliegen
zich door de lucht voortbewegen
"Hoe vaak per jaar vliegt u naar het buitenland?"
vliegen
(een vliegtuig) besturen
"De piloot vliegt het vliegtuig naar een ander luchthaven"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vliegen
zich haastig voortbewegen; snel erheen gaan; zich snel voortbewegen; snellen
"de kamer uit vliegen"
"iemand in de haren vliegen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vliegen
heen en weer waaien; snel heen en weer zwaaien
"Hij vliegt met zijn armen."

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord