Betekenis van:
aanvliegen

Werkwoord

aanvliegen
onstuimig afkomen op
"Onze anders zo vriendelijke hond vloog de inbreker genadeloos aan."
aanvliegen
vliegend naderen
"Er kwam een vlucht wulpen aangevlogen die vlak voor onze neus neerstreek."
aanvliegen
met een vliegtuig aanvoeren
"materieel aanvliegen"

Synoniemen

Hyperoniemen

aanvliegen
het doel vliegende naderen
"een vliegveld aanvliegen"

Hyperoniemen