Betekenis van:
aanwenden

aanwenden
Werkwoord
  • gebruiken voor een doel; gebruiken; gebruiken; benutten; gebruik maken van; hanteren
"middelen aanwenden"
"zijn invloed aanwenden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanwenden
Werkwoord
  • gebruik maken van
"Je kunt deze methode aanwenden om het wiskundige probleem op te lossen."