Betekenis van:
bedienen
bedienen
Werkwoord
- van de aanwezige spijzen een deel gebruiken
"zich van [koffie/broodjes] bedienen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
bedienen
Werkwoord
- gebruiken, gebruikmaken van
"zich rijkelijk van iets bedienen"
"zich van [leugens/grove taal] bedienen"
Hyperoniemen
Hyponiemen
bedienen
Werkwoord
- eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
Voorbeeldzinnen
- Een terugwinningsapparaat kunnen bedienen.
- Machines die vaste stopplaatsen bedienen
- de radiotelefoon te bedienen; en
- Zo nodig gasdichte boorsystemen kunnen bedienen.
- Met twee handen te bedienen bedieningsorganen.
- in uitzonderlijke gevallen, om zich daarvan als fokdieren te bedienen;
- Met één hand te bedienen snoeischaren en wildscharen
- Elektromechanismen voor het bedienen van de inlaatklep van motoren voor automobielen
- (1.2, onder c), tweede zin, en 1.2, onder d), tweede zin) — De boegschroefinstallatie bedienen
- De bedieningsorganen moeten zo zijn aangebracht dat de bedieningspersoon ze vanaf een veilige plaats kan bedienen.
- De verschillende kleppen waarmee de gasmonsterstroom wordt geleid, moeten snel te bedienen en snelwerkend zijn.
- feedback over de bediening van de bedieningsorganen, bv. biepgeluid bij het bedienen van knoppen;
- Minimumaantal personen dat over de vereiste kwalificaties beschikt om de radio-installatie te bedienen
- Het mechanisme om de golfkar te bedienen is aan de stuurstang bevestigd.
- .3 wat de hulpstuurinrichting betreft, vanuit de stuurmachinekamer te bedienen zijn en, indien de hulpstuurinrichting door een krachtwerktuig wordt aangedreven, ook te bedienen zijn vanaf de brug en onafhankelijk zijn van het afstandsbedieningssysteem van de hoofdstuurinrichting.