Betekenis van:
bezorgen

bezorgen
Werkwoord
  • verschaffen
"iemand kaarten voor een concert bezorgen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

bezorgen
Werkwoord
  • ''iemand iets ~'': bij iemand aan huis afleveren
"Hij kreeg een groot pak bezorgd."
bezorgen
Werkwoord
  • (goederen) op een bepaalde plaats brengen
"iets aan huis bezorgen"
"een bestelling bij iemand bezorgen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bezorgen
Werkwoord
  • voor uitgave gereed maken

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord