Betekenis van:
voeren

voeren
Werkwoord
  • in uitvoering hebben; organiseren
"het bevel voeren"
"een oorlog voeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

voeren
Werkwoord
  • (van een weg) zich uitstrekken
"regelrecht naar zee voeren"
"dat voert te ver!"

Synoniemen

Hyperoniemen

voeren
Werkwoord
  • van voering voorzien
"een rok/jas voeren"
"een gevoerde mantel"

Hyperoniemen

voeren
Werkwoord
  • in een bepaalde richting doen gaan
"het land naar de [ondergang/afgrond] voeren"
"de kleuters weer naar hun lokaal voeren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

voeren
Werkwoord
  • geleiden, ergens heen brengen
"De gijzelaar werd geblinddoekt naar het schavot gevoerd."
voeren
Werkwoord
  • kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien
"Deze jas is met bont gevoerd."
voeren
Werkwoord
  • dieren te eten geven
"Voer dat maar aan de varkens!"
voeren
Werkwoord
  • een kind eten in de mond stoppen
"Het duurt uren om Jantje te voeren."

Werkwoord