Betekenis van:
lopen

Werkwoord

lopen
in een richting gaan
"de rillingen lopen over mijn rug"
"op een [rots/zandbank] lopen"

Hyperoniemen

lopen
in werking zijn; functioneren
"de motor/klok/machine loopt"
"op benzine lopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

lopen
voldoen bij het lopen
"de schoenen lopen lekker/goed/slecht"

Hyperoniemen

lopen
geregeld bijwonen, geregeld deelnemen aan
"college lopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

lopen
(van een weg) zich uitstrekken
"evenwijdig lopen"
"naar (Weesp) lopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

lopen
uit- of wegstromen; stromen
"naar zee lopen"
"alles/je urine laten lopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

lopen
verlopen, marcheren, gaan
"de zin loopt (niet)"
"de zaken lopen goed/slecht"

Synoniemen

Hyperoniemen

lopen
continueren, voortduren, aanhouden, duren, doorgaan, doorlopen
"hoe het loopt"
"de contracten lopen (tot midden volgend jaar)"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen