Betekenis van:
vloeien

vloeien
Werkwoord
  • zacht stromen
"De honing was uit de omgevallen pot gevloeid."
vloeien
Werkwoord
  • uit- of wegstromen; stromen
"de inkt vloeit uit de pen"
"er gaat bloed vloeien"

Synoniemen

Hyperoniemen

vloeien
Werkwoord
  • met vloeipapier droogmaken
"Hij vloeide voorzichtig het opstel dat hij met zijn kroontjespen geschreven had."
vloeien
Werkwoord
  • ''~ van papier'': inkt opzuigen
vloeien
Zelfstandig naamwoord
  • vaginaal bloeden

Hyperoniemen

Werkwoord