Betekenis van:
stromen

stromen
Werkwoord
  • met kracht voortgaan
"naar [zee] stromen"
"snel stromen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

stromen
Werkwoord
  • voortbewegen van vloeistoffen
"Er is veel water van de heuvel gestroomd."
stroom (de ~ | meervoud stromen)
Zelfstandig naamwoord
  • zeer grote hoeveelheid
"een stroom (van) [mensen/klachten/vrachtwagens]"

Synoniemen

Hyperoniemen

stroom (de ~ | meervoud stromen)
Zelfstandig naamwoord
  • verplaatsing van gas, vloeistof; voortstromende vloeistof
"een stroom [bloed/lava]"
"equatoriale stroom"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stroom (de ~ | meervoud stromen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote rivier
"Wanneer een stroom een zekere omvang krijgt en een duidelijk landschapselement wordt, dan noemen we deze stroom een rivier."

Hyperoniemen

stroom (de ~ | meervoud stromen)
Zelfstandig naamwoord
  • grote menigte of hoeveelheid die zich verplaatst
"tegen de stroom oproeien"
"met de stroom meegaan/meedrijven"

Hyperoniemen

Werkwoord