Betekenis van:
kolken

kolken
Werkwoord
  • met een draaiiende beweging stijgen of dalen
"Er was al een gat in de dijk gekolkt."
kolken
Werkwoord
  • ''overdrachtelijk'' emotioneel heftig in beweging zijn
"Ik kolkte innerlijk van woede maar wist me gelukkig te beheersen."
kolk (de ~ | meervoud kolken)
Zelfstandig naamwoord
  • ondiepe plas; poel

Synoniemen

Hyperoniemen

kolk (de ~ | meervoud kolken)
Zelfstandig naamwoord
  • trechtervormige ronddraaiende stroom in het water, die water en voorwerpen naar beneden zuigt
"een kolk slaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen