Betekenis van:
benen

benen
Werkwoord
  • lopen met grote stappen
"naar ['de politie'/'een telefooncel'] benen"

Hyperoniemen

benen
Werkwoord
  • met forse pas lopen
"Hij beende vol ergernis naar buiten."
benen
Bijvoeglijk naamwoord
  • van been
"een benen kam"
benen
Bijvoeglijk naamwoord
  • van been vervaardigd
"Bij de opgraving vond men enige benen kammen."
been (het ~ | meervoud benen)
Zelfstandig naamwoord
  • elk van de beide onderste ledematen van de mens
"jonge benen hebben"
"een been breken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

been (het ~ | meervoud beenderen, benen)
Zelfstandig naamwoord
  • de stof waaruit botten bestaan

Synoniemen

Hyperoniemen

been (het ~ | meervoud benen)
Zelfstandig naamwoord
  • steun aan een stoel of tafel; lijkt op ledemaat
"de benen van een passer"

Synoniemen

Hyperoniemen

been (het ~ | meervoud benen)
Zelfstandig naamwoord
  • wiskundige lijnen
"de benen van een driehoek"

Hyperoniemen

been (het ~ | meervoud benen)
Zelfstandig naamwoord
  • bovengedeelte van kous

Hyperoniemen

Werkwoord