Betekenis van:
zijde
zijde (de ~ | meervoud zijden, zijdes)
Zelfstandig naamwoord
- kant v.e. straat
"aan welke zijde"
"hij woont aan deze zijde van het kanaal"
Hyperoniemen
zijde (de ~ | meervoud zijden, zijdes)
Zelfstandig naamwoord
- draad, weefsel of kledij
"een streng zijde"
"een hemd van zijde"
Hyperoniemen
zijde (de ~ | meervoud zijden, zijdes)
Zelfstandig naamwoord
- grensvlak v.e. (wiskundig) lichaam
"ter zijde"
"aan welke zijde"
Hyperoniemen
zijde (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- product v.d. zijderups
"zijde spinnen"
"zo zacht als zijde"
Hyperoniemen
zijde
Zelfstandig naamwoord
- een van beide of meerdere lijnen of vlakken
"De ene zijde is beschreven, de andere is leeg gelaten."
zijde
Zelfstandig naamwoord
- zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
"Deze rok is van zijde."
Voorbeeldzinnen
- Een kant van een munt wordt 'kop' genoemd, en de andere zijde wordt 'munt' genoemd.
- zijde
- ottertrawl (zijde)
- eiwithydrolysaten, zijde-
- 50 Zijde
- garens van zijde
- eiwithydrolysaten, zijde-, lauroyl-, natriumzouten
- Weefsels van zijde of van afval van zijde
- Garens van zijde of van afval van zijde
- Verven van weefsels van zijde of afval van zijde
- Zakdoeken, van zijde of van afval van zijde
- Bedrukken van weefsels van zijde of van afval van zijde
- CPA 13.20.11: Weefsels van zijde of van afval van zijde
- Weefsels van zijde of van afval van zijde:
- van zijde of van afval van zijde, ongeacht de opmaak;