Betekenis van:
doorlopen

doorlopen
Werkwoord
  • (van kleuren) zich uitbreiden buiten de oorspronkelijke grens
"doorlopen in de was"

Hyperoniemen

doorlopen
Werkwoord
  • zich bewegen door
"een proces doorlopen"
"een traject doorlopen"

Hyperoniemen

doorlopen
Werkwoord
  • geregeld bijwonen, geregeld deelnemen aan
"een cursus met goed gevolg doorlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

doorlopen
Werkwoord
  • bekijken; volledig lezen; doorlopen; in volgorde doorlopen; snel doorlezen
"een krantenartikel doorlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

doorlopen
Werkwoord
  • (van koffie) door het filter lopen

Hyperoniemen

Hyponiemen

doorlopen
Werkwoord
  • lopen tot men ergens doorheen is.
doorlopen
Werkwoord
  • voortgaan met lopen.
doorlopen
Werkwoord
  • al lopend stukmaken

Synoniemen

Hyperoniemen