Betekenis van:
overlopen

overlopen
Werkwoord
  • overvloeien; overstromen; overvloeien
"dat is de druppel die de emmer doet overlopen"
"het glas loopt over"

Synoniemen

Hyperoniemen

overlopen
Werkwoord
  • te vaak komen bij
"een ambassade overlopen"

Hyperoniemen

overlopen
Werkwoord
  • tot boven de rand van een vat of dijk gevuld raken.
"Het bad was overgelopen."
overlopen
Werkwoord
  • in de strijd van zijde wisselen.
"De slecht betaalde huurlingen liepen op het kritieke moment over naar de vijand."
overlopen
Werkwoord
  • bekijken; volledig lezen; doorlopen; in volgorde doorlopen; snel doorlezen
"een tekst/artikel overlopen"
"de leerstof overlopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

overloop (de ~ | meervoud overlopen)
Zelfstandig naamwoord
  • gang in een huis waarop een trap uitkomt
"op de overloop"

Synoniemen

Hyperoniemen