Betekenis van:
overstromen

overstromen
Werkwoord
  • het tot over de rand gevuld raken van een vat.
"Ik draaide net op tijd de kraan dicht anders was het bad overgestroomd."
overstromen
Werkwoord
  • doen onderlopen; overstromen
"weilanden overstromen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

overstromen
Werkwoord
  • overvloeien; overstromen; overvloeien
"het bad stroomt over"

Synoniemen

Hyperoniemen