Betekenis van:
stuklopen

stuklopen
Werkwoord
  • mislukken; mislukken; mislopen; lopend scheef maken; lopend verslijten; verkeerd gaan
"je schoenen/voeten stuklopen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

stuklopen
Werkwoord
  • al lopend stukmaken
"hun huwelijk/relatie is stukgelopen"
"stuklopen op [de bureaucratie]"

Synoniemen

Hyperoniemen