Betekenis van:
wandelen

wandelen
Werkwoord
  • op je gemak lopen; slenteren
"naar [huis/'de bakker'] wandelen"
"in [het park/bos] wandelen"

Synoniemen

Hyperoniemen

wandelen
Werkwoord
  • gericht een wandeling maken
"Ik ben gisteren naar de Griete gewandeld."
wandelen
Werkwoord
  • ongericht een wandeling maken
"Mijn vader heeft altijd veel gewandeld."

Werkwoord