Betekenis van:
draaien

draaien
Werkwoord
door draaien doen ontstaan
"balletjes snot draaien"
"een sigaret draaien"

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
van richting veranderen
"draaien naar [het Westen/Oosten]"
"de wind is gedraaid"

Hyperoniemen

Hyponiemen

draaien
Werkwoord
vertoond worden
"de film draait"

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
aan de gang zijn
"goed draaien"

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
zich in de rondte bewegen
"in de rondte draaien"
"wieken/wielen/wijzers draaien"

Hyperoniemen

Hyponiemen

draaien
Werkwoord
uitvluchten, leugens vertellen
"zitten te draaien"

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
om een middelpunt bewegen
"De auto moest eerst draaien om de garage in te kunnen rijden."
draaien
Werkwoord
telefoneren naar (iem.)
"iemand draaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

draaien
Werkwoord
van stand, richting doen veranderen
"hij draaide zijn hoofd naar de zon"
"de wind draait (naar het westen)"

Synoniemen

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
in werking zijn; functioneren
"de motor draait"
"zijn hersenen laten draaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

draaien
Werkwoord
als onderwerp hebben
"het draait om"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

draaien
Werkwoord
filmopnamen maken van

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord