Betekenis van:
vastleggen

vastleggen
Werkwoord
  • door omschrijving bepalen
"[voorwaarden/regels/criteria] vastleggen in een contract"
"regels/criteria vastleggen"

Synoniemen

Hyperoniemen

vastleggen
Werkwoord
  • registreren
"de resultaten vastleggen in een rapport"
"afspraken schriftelijk vastleggen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

vastleggen
Werkwoord
  • bewaren van gegevens
"Hij had het ongeluk op film vastgelegd."
vastleggen
Werkwoord
  • ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
"Je kunt de hond beter vastleggen voordat je de winkel ingaat."
vastleggen
Werkwoord
  • een contract aangaan
"De jonge voetballer had zich vastgelegd om de komende tien jaar bij de profclub te blijven."
vastleggen
Werkwoord
  • (geld, kapitaal) zodanig beleggen of onderbrengen dat het niet onmiddellijk weer beschikbaar of vorderbaar is
"kapitaal in gronden vastleggen"
"je vermogen vastleggen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vastleggen
Werkwoord
  • zich door middel van een contract verbinden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen