Betekenis van:
verbinden

verbinden
Werkwoord
(abstracte zaken) in samenhang brengen
"ergens aan verbonden zijn"
"[touwen/wegen/problemen/werkzaamheden] aan/met [elkaar] verbinden"

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbinden
Werkwoord
juridisch verplichten
"Ik verbind mij tot de zorg voor de kinderen"

Hyperoniemen

verbinden
Werkwoord
telefonisch aansluiten
"Kunt u mij verbinden met de helpdesk?"
"iemand (telefonisch) met [de directeur] verbinden"

Hyperoniemen

verbinden
Werkwoord
omwikkelen met verband
"een gekneusde enkel verbinden"

Hyperoniemen

verbinden
Werkwoord
aan elkaar vastmaken; verbinden; verbinden, verenigen
"Deze wand moet je verbinden met de vloer."

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verbinden
Werkwoord
twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
verbinden
Werkwoord
met iets of iemand contact maken via de telefoonlijn