Betekenis van:
keren

keren
Werkwoord
  • de andere zijde toewenden
"Hij keerde de lap stof zodat de ongebruikte zijde te voorschijn kwam."
keren
Werkwoord
  • afwenden
"het kwaad keren"
"het water keren"

Hyperoniemen

keren
Werkwoord
  • een voertuig een bocht van 180 graden doen maken
"Ik vermoedde dat ik op de verkeerde weg zat en ben daarom maar even gekeerd en teruggereden."
keren
Werkwoord
  • gaan naar de plaats vanwaar men gekomen is
"naar huis keren"
"per kerende post"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

keren
Werkwoord
  • van stand, richting doen veranderen
"een auto keren"
"het hoofd/de rug naar iemand keren"

Synoniemen

Hyperoniemen

keren
Werkwoord
  • door draaiing van richting veranderen
"de auto keert"

Synoniemen

Hyperoniemen

keren
Werkwoord
  • aanspreken, zijn aandacht besteden aan
"zich tot het parlement/de voorzitter keren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

keer (de ~ | meervoud keren)
Zelfstandig naamwoord
  • keer; moment dat iets gebeurt
"binnen de kortste keren"
"eens moet de eerste keer zijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Werkwoord