Betekenis van:
teruggaan

teruggaan
Werkwoord
  • naar de punt van vertrek gaan
"Morgen ga je toch terug naar Nederland?"
teruggaan
Werkwoord
  • gaan naar de plaats vanwaar men gekomen is
"een geschiedenis die eeuwen teruggaat"
"teruggaan op het Latijn"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

teruggaan
Werkwoord
  • uit de genoemde tijd afkomstig zijn

Synoniemen

Hyperoniemen