Betekenis van:
teruggaan
teruggaan
Werkwoord
- naar de punt van vertrek gaan
"Morgen ga je toch terug naar Nederland?"
teruggaan
Werkwoord
- gaan naar de plaats vanwaar men gekomen is
"een geschiedenis die eeuwen teruggaat"
"teruggaan op het Latijn"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Laten we teruggaan.
- Ook al bestaan er dan geen studies die verder teruggaan dan het jaar 2000, toch is de provisie op dezelfde economische beginselen gebaseerd, zoals nadien is bevestigd door de benchmarkstudie (zie de tabellen 4 en 5).
- Wat betreft de andere helft van de „belastingvrije reserves” (zo'n 39 miljoen EUR), betogen de Griekse autoriteiten dat deze teruggaan op de verkoop van een hotel in 1956 en dat deze, in overeenstemming met de toenmalige wetgeving, niet werden belast.
- De eerste rapportage uit hoofde van deze verordening gaat van start met gegevens voor juni 2010, met alleen voor tabel 5 met inbegrip van gegevens die teruggaan tot december 2009.