Betekenis van:
omdraaien

omdraaien
Werkwoord
  • je lichaam draaien; je lichaam draaien
"zich in zijn graf/kist omdraaien"
"zich omdraaien in bed"

Synoniemen

Hyperoniemen

omdraaien
Werkwoord
  • twee zijden van iets van plaats doen verwisselen
"Hij draaide de bladzijde om."
omdraaien
Werkwoord
  • van stand, richting doen veranderen
"iemand de nek omdraaien"
"een sleutel in het slot omdraaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

omdraaien
Werkwoord
  • door draaiing van richting veranderen
"nog voor je halverwege bent omdraaien"

Synoniemen

Hyperoniemen

omdraaien
Werkwoord
  • van mening veranderen; van mening veranderen

Synoniemen

Hyperoniemen

omdraaien
Werkwoord
  • van situaties; figuurlijk: andersom zetten

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen