Betekenis van:
afslaan

afslaan
Werkwoord
  • door slaan reinigen
"zijn jas afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • een andere richting nemen
"links/rechts afslaan"

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • met geweld afscheiden
"iemand het hoofd/een arm afslaan"

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • iets weigeren aan te nemen
"Hij sloeg een tweede borrel af omdat hij nog moest rijden."
afslaan
Werkwoord
  • door een slaande beweging iets omlaag doen bewegen
"Deze thermometer moet nog afgeslagen worden."
afslaan
Werkwoord
  • een aanval succesvol het hoofd bieden
"De aanval werd echter afgeslagen."
afslaan
Werkwoord
  • weigeren; stellig weigeren
"een gebakje afslaan"
"een aanbod afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

afslaan
Werkwoord
  • door spoelen wegnemen
"duin afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • door het water meegevoerd worden
"het duin slaat af"
"van een schip afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • zich stellen tegenover
"een aanval afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

afslaan
Werkwoord
  • in het openbaar te koop bieden, resp. verkopen
"een partij groente afslaan"

Synoniemen

Hyperoniemen