Betekenis van:
brengen

brengen
Werkwoord
  • in toestand doen komen
"[een zware klus] ten einde brengen"
"het tot [advocaat] brengen"

Hyperoniemen

brengen
Werkwoord
  • iets ergens naartoe brengen
"het glas aan de lippen brengen"
"je tas naar huis brengen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

brengen
Werkwoord
  • (iemand) naar iets toe leiden
"zal ik je even brengen?"
"iemand naar huis brengen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

brengen
Werkwoord
  • ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
"Hij bracht zijn dochtertje naar de dokter omdat zij tekenen van griep vertoonde."

Werkwoord